Te complex te onbekend

Gepubliceerd artikel in het blad Balansmagazine (nummer 5/6 juli/augustus 2016). “In dit artikel wordt erop gewezen hoe complex de combinatie hoogbegaafdheid met dyslexie is.”

De drie zonen van Mariëtte van Hazendonk zijn hoogbegaafd en dyslectisch. Een complexe combinatie blijkt al snel. Omgaan met dubbel-bijzonder zijn, is niet alleen moeilijk voor ouders en docenten, maar vraagt ook buitenproportioneel veel van het kind zelf.

“Mam, wat denk jij? Krimpt het heelal in of zou het juist aan het uitbreiden zijn door alle supernova’s?” Twee seconden later klinkt het door de woonkamer: “Hoe schrijf je ‘bomen’? Met één of met twee O’s?” Ik frons mijn wenkbrauwen. Hoor ik dat goed? Is dit mijn pientere mannetje?

In de lente van 2000 wordt mijn oudste zoon getest. Het eerste psychodiagnostisch onderzoek is een feit. De woorden hoogbegaafdheid en dyslexie vallen. Los van elkaar weet ik deze begrippen goed te plaatsen, maar wat moet ik me in hemelsnaam voorstellen bij de combinatie van dit tweetal? Beeld en geluid ontbreken volledig. Mijn zoektocht begint.
Gesprekken op school volgen. Al snel blijkt dat de RT’er niet in staat is passende begeleiding te bieden. De problematiek is te complex en te onbekend. Leesmoeders slingeren pijnlijke opmerkingen naar het hoofd van mijn oudste.

“Wat lees jij traag, ik dacht dat jij zo slim was…”

Een hekel aan school
Mijn ooit zo leergierige zoon krijgt almaar meer een hekel aan school. Ik zie een vrolijk, zelfverzekerd kind veranderen in een stil, teruggetrokken mannetje. Ik maak me zorgen. Op advies van de psycholoog huur ik een professional in. Als ik probeer de begeleiding via mijn ziektekostenverzekering vergoed te krijgen, krijg ik nul op het rekest. “Mag ik u wat adviseren? Stop met preventief handelen en laat het lekker fout lopen. Als uw zoon depressief is, vergoeden wij veel meer!”

Met deze dubbel-diagnose heb je het zwaar in ons onderwijssysteem. Het zijn de tegenstrijdige kenmerken ervan die maken dat ze in de praktijk niet worden (h)erkend. Zelden krijgen deze kinderen op school de ondersteuning en begeleiding die bij hun bijzondere talenten past. Geen onwil, maar simpelweg onvermogen. Omdat het zelfbeeld van deze kinderen voortdurend onder druk staat, is specialistische hulp geen overbodige luxe maar pure noodzaak. Voor mij is het daarom onbegrijpelijk dat verzekeringsmaatschappijen niet thuis geven en de wetgeving hier niet op is ingericht.

Hoogbegaafdheid en dyslexie is een enorm frustrerende combinatie. Bij het vergaren van kennis worden deze kinderen continu tegengewerkt door hun handicap. Zoeken op internet is moeilijk, evenals het kunnen volgen van de ondertiteling bij wetenschappelijke programma’s. Dit zorgt voor gevoelens van machteloosheid en frustratie. In ons talige onderwijs worden ze voortdurend geconfronteerd met hun zwakke kanten. Bijna alle aandacht gaat uit naar het aanleren van spellingsregels en het verhogen van het leestempo. Wat deze kinderen op de been kan houden, zijn positieve taalervaringen. Om die reden heb ik mijn kinderen een beeldtaal laten leren. Met het beheersen van het hiërogliefenschrift kwam het geloof in het kunnen aanleren van een taal bij mijn zonen terug. Hoe mooi is dat!

Voor het geestelijk welzijn van een hoogbegaafde met dyslexie is het belangrijk te kijken naar de verstandelijke vermogens. Lezen en schrijven in het Nederlands, Engels of welke taal dan ook, zal altijd moeilijk zijn en blijven. De kans dat het kind gelukkig is en lekker in zijn of haar vel steekt, is het grootst bij cognitief gelijkgestemden. Dit heeft invloed op veel factoren. Zo wordt luiheid tegengegaan en worden de executieve functies getraind. Insteken op of afstromen naar een (veel) te laag niveau is voorsorteren op voortijdig schoolverlaten, met alle gevolgen van dien.

Psychische verwaarlozing
Het onderwijs moet zodanig zijn ingericht dat alle kinderen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. Ik vind het oprecht een prachtige intentie! Maar wat als dat niet lukt en een kind wordt psychisch verwaarloosd? Mag ik deze vorm van verwaarlozing dan geestelijke kindermishandeling noemen? Wie is daar verantwoordelijk voor? Wat houdt het ‘leerrecht’ – zoals dat tegenwoordig zo mooi wordt genoemd – dan in voor mijn kinderen? Hebben wij volwassenen – lees: ministers, docenten en ouders – niet samen de taak om te voorkomen dat ze stuklopen en uitvallen in het onderwijs? De dualiteit van deze dubbel-bijzondere kinderen is niet alleen moeilijk voor ouders en docenten. De voortdurende worsteling om geen drop-out of thuiszitter te worden, vraagt buitenproportioneel veel van het kind.

Om de slagingskans voor de dyslectische leerling te vergroten, is het mogelijk ontheffing te verlenen voor het volgen van de tweede moderne vreemde taal in de bovenbouw van het vwo. Klinkt mooi, maar het kan nog mooier. Als door een gekwalificeerd gedragswetenschapper de diagnose dyslexie is gesteld en er wordt voldaan aan alle eisen en voorwaarden zoals gesteld in het dyslexieprotocol en de wet, vervang dan het woordje ‘kan’ in de wettekst door ‘moet’. “Ontheffing moet worden verleend wanneer wordt voldaan aan…” Dan stem je oprecht af op de specifieke behoefte van het kind en stel je de onderwijsbehoefte centraal. Geen willekeur of angst voor precedentwerking, maar gelijke behandeling voor ieder kind met dyslexie.

Anderhalf jaar heeft het geduurd voordat mijn jongste zoon de ontheffing kreeg waar hij in mijn ogen gewoon recht op had. Waarom tijd steken in het zoeken naar argumenten om iets niet te doen? Help je daar een kind mee?

Dyslectische kinderen zullen over het algemeen (noodgedwongen) eerder kiezen voor een bèta- dan een alfarichting. Logisch toch? En wat mij dan verbaast, is het taliger maken van bijvoorbeeld het scheikunde-examen. Vragen verpakt in lange lappen tekst. De talige context om de scheikundige kern heen maakt het lastig voor bèta-leerlingen. Waarom? Waarom maak je een examen voor een bètavak überhaupt talig? Het is voor een visueel-ruimtelijk ingestelde leerling al zwaar genoeg om les aangeboden te krijgen op een verbale manier. Wat willen we met dit soort praktijken bereiken?

Vorig jaar hebben de orthopedagoge en ik ons vijftienjarig samenwerkingsjubileum gevierd. Stoppen met de begeleiding is voor de komende jaren geen optie. Drie keer per week bezoekt mijn Benjamin haar praktijk. In drie uur wordt voor ruim vijftien uur aan lesstof behandeld. Onderwijs op maat, perfect passend. De eerste school die deze specialistische hulp kan bieden, moet ik nog tegenkomen. Welke docent is immers opgeleid om vier talen tegelijkertijd associatief en top-down aan te bieden en kan laten zien waar de overeenkomsten en verschillen zitten? Ik ben trots op de ideale aanpak die we samen hebben gecreëerd. Een aanpak die ik ieder kind gun en waarop ieder kind gewoon recht zou moeten hebben!

Wat heb ik me al die jaren veel zorgen gemaakt en heb ik me in de steek gelaten gevoeld. Knokkend tegen bizarre vooroordelen en strijdend tegen onbegrip en ondeskundigheid. Mijn twee oudste zonen studeren binnenkort af. Met een gerust hart kan ik ze loslaten. Voor nu nog één kind te gaan…

Ook leuk om te lezen...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *