Hoezo, een ononderbroken ontwikkelingsproces?

Hoe ononderbroken is het ontwikkelingsproces van een hoogbegaafde, dyslectische leerling in het huidige onderwijs?

Haalt het onderwijs het hoogst haalbare uit deze leerling?

Inleiding
“Het zwakste vak van een leerling bepaalt het niveau waarop en het tempo waarin het voortgezet onderwijs wordt doorlopen. Zelden bieden scholen hun leerlingen de mogelijkheid om vakken op een hoger niveau te volgen. De zwakste vakken moeten niet meer leidend zijn voor leerlingen, juist de vakken waarin ze uitblinken moeten bepalen waarvoor ze zich kunnen kwalificeren.

Duidelijke taal met de focus op het talent en niet op de beperking. Dit is een citaat uit de kamerbrief van 10 maart 2014 van staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Sander Dekker (Ministerie van Onderwijs 2014). Daarnaast geeft de staatssecretaris in zijn brief aan dat toptalenten de aandacht verdienen die nodig is om hun cognitieve en praktische talenten volledig te kunnen ontplooien. Het is goed om te lezen dat in het plan van aanpak uitgegaan wordt van een brede opvatting van talent. Onder talent wordt verstaan het vermogen om uit te blinken in een of meer vakken of vaardigheden. Prachtige ambities. Ambities die voor de hoogbegaafde leerling met dyslexie mogelijk een ononderbroken ontwikkelingsproces tot gevolg zouden kunnen hebben. Iets waar overigens ieder kind volgens de wet recht op heeft…

Onderwijsrechten en onderwijsplichten
In verschillende mensenrechtenverdragen en in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens is het recht op onderwijs opgenomen. Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens – een Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden – is het allerbelangrijkste. Hierin zijn de verplichtingen van de staat vastgesteld. Wij burgers kunnen, als dat nodig mocht zijn, deze vastgestelde verplichtingen van de staat afdwingen.

In Nederland wordt het recht op onderwijs beschermd via de leerplicht, vastgelegd in de Leerplichtwet. Ouders zijn verantwoordelijk voor het naleven van de leerplicht. Zij moeten ervoor zorgen dat hun kind op een school ingeschreven staat en deze school ook daadwerkelijk bezoekt. Het recht op onderwijs is in Nederland dus meer een plicht voor ouders dan een recht voor kinderen (Sariwating 2015). Tijden veranderen, zo ook inzichten…

Wat houdt anno 2016 het recht op onderwijs in Nederland eigenlijk in? Recht op onderwijs betekent dat er passend onderwijs beschikbaar moet zijn. Onderwijs dat aansluit op de capaciteiten van het kind én waarbij aandacht is voor zowel de cognitieve ontwikkeling als de ontplooiing van andere talenten. De overheid en de scholen zijn er volgens het Verdrag inzake Rechten van het Kind verantwoordelijk voor dat kinderen op basis van gelijke kansen hun recht op onderwijs kunnen verwezenlijken. Scholen moeten zorgen voor een aanbod van onderwijs dat gericht is op een zo volledig mogelijke ontplooiing van het kind én ze moeten zorgen voor geschikt personeel.

Zo is ook in het verdrag opgenomen dat hoger onderwijs toegankelijk moet zijn voor kinderen die daar de capaciteiten voor hebben (Dullaert 2015). Hoogbegaafde kinderen met dyslexie hebben meer dan genoeg cognitieve capaciteiten voor het hoger onderwijs, maar starten zij daar daadwerkelijk ook? Hoe geschikt is het personeel om deze groep jongeren te onderwijzen? Wat zijn de gevolgen voor het kind als het personeel niet capabel genoeg blijkt te zijn?

Het ononderbroken ontwikkelingsproces
In de Wet op het primair onderwijs is opgenomen dat het onderwijs zodanig ingericht moet zijn dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. Onderwijs afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling van leerlingen.

Als deze wet voorschrijft dat iedere leerling een ononderbroken ontwikkelingsproces moeten kunnen doormaken, lijkt de wetgever oog te hebben voor de hoogbegaafde, dyslectische leerling. De vraag is in hoeverre in het huidige onderwijs rekening wordt gehouden met een ononderbroken ontwikkelingsproces bij hoogbegaafde dyslectici. Stromen deze kinderen als kleuter (nog voor de periode dat dyslexie vastgesteld kan worden) eerder het primair onderwijs in? Is er na het stellen van de ‘diagnose’, naast de aandacht voor de dyslexie-problematiek ook aandacht voor de ontplooiing van talenten en de cognitieve ontwikkeling bij deze twice exeptionals?

Wat als blijkt dat hier geen rekening mee gehouden wordt? Onderwijs volgen op een te laag niveau kan grote gevolgen hebben. Noodgedwongen in moeten stromen op een niet passend level, voelt als een van bovenaf opgelegde ‘onderpresteer-plicht’. Leren en presteren onder het ware cognitieve niveau is niet gemakkelijk. Dit kan ten koste gaan van het zelfbeeld, zelfrespect en zelfvertrouwen. Onderpresteerders belanden op korte of langere termijn niet zelden in een depressie of in psychische moeilijkheden (Kieboom 2016). Het kind wordt als het ware psychisch verwaarloosd.

Is psychische verwaarlozing niet een vorm van geestelijke kindermishandeling? Moet de overheid ouders verplichten deze vorm van ‘mishandeling’ toe te staan? Hoe wenselijk en hoe menselijk is dat? Wie is er verantwoordelijk voor het bieden van onderwijs dat gericht is op een zo volledig mogelijke ontplooiing van het kind? Juist, dat is de overheid! Prevaleren deze overheidsplichten niet boven de plichten van ouders?

Wat houden de ‘onderwijsrechten’ voor deze dubbel bijzondere leerling in? De voortdurende worsteling om geen drop-out te worden vraagt buitenproportioneel veel van het kind. Het zelfvertrouwen ligt zwaar onder schot en een enorme dosis aan doorzettings- en incasseringsvermogen is een vereiste om te kunnen ‘overleven’. Daar waar in het primair onderwijs de verschillen worden opgevangen door differentiatie binnen de groep, wordt in het voorgezet onderwijs extern gedifferentieerd in de vorm van verschillende schooltypen en niveaus.

Zoals uit het voornoemde citaat van de kamerbrief blijkt, wordt het niveau waarop een leerling instroomt nog steeds bepaald door het niveau van het ‘zwakste’ vak. Dit heeft tot gevolg dat hoogbegaafde dyslectici in het voortgezet onderwijs meestal instromen op een te laag onderwijsniveau. De voedingsbodem voor motivatieverlies, depressies, luiheid en een slecht zelfbeeld. De afslag naar voortijdig schoolverlaten en thuiszitten.

Niet passend, passend onderwijs
Het ononderbroken ontwikkelingsproces, is hét belangrijkste uitgangspunt van de Wet passend onderwijs. Zowel het primair onderwijs als het voortgezet onderwijs hebben ondersteuningsplannen ontwikkeld om voor leerlingen, met of zonder ondersteuningsbehoefte, een continu ontwikkelingsproces te creëren. Hoewel als doel van passend onderwijs vaak genoemd wordt dat alle kinderen een zo passend mogelijk onderwijsprogramma krijgen, is dit voor de hoogbegaafde dyslecticus (nog) niet zo geregeld. De mogelijkheden tot maatwerk volstaan doorgaans voor de ‘lichtere’ gevallen. Juist de dubbeldiagnose die deze jongeren hebben maakt de problematiek erg complex. Voor complexe zaken biedt passend onderwijs vaak geen goede oplossing. Er kan onvoldoende tot geen maatwerk geleverd worden (Dullaert 2015). Ook hier lijken de hoogbegaafde dyslectici buiten de boot te vallen. Wat maakt nou dat deze categorie zo ‘moeilijk’ is?

Dubbel bijzonder… dubbel zo moeilijk
Hoogbegaafdheid en dyslexie. Dubbel bijzonder, maar zeker ook dubbel zo moeilijk. De tegenstrijdige kenmerken van de dubbel bijzondere leerlingen, maken dat ze in de praktijk niet h(er)kend worden. Is er sprake van een door een psycholoog of orthopedagoog vastgestelde dubbeldiagnose, dan wordt de diagnose hoogbegaafdheid vrijwel altijd ondergesneeuwd door de andere diagnose. Vreemd, want de leerling heeft meer baat bij een eerste aanpak die past bij de hoogbegaafdheid, eventueel aangevuld met begeleiding die nodig is voor de andere diagnose.

Hoogbegaafd zijn is meer dan heel intelligent zijn. Hoogbegaafden vallen vooral ook op door hun kritische instelling, gevoeligheid, rechtvaardigheidsgevoel en perfectionisme. Cognitie en ‘zijn’ zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ze beschikken over een duidelijk versterkt bewustzijnsniveau en met dit bewustzijnsniveau raken we aan de absolute kern van hoogbegaafdheid (Kieboom 2015). Bij een aanpak die alleen gericht is op de ‘andere’ diagnose, wordt naast de cognitie, de manier van ‘zijn’ van de hoogbegaafde leerling genegeerd. Dit heeft zijn weerslag op het welzijn van het kind, met alle gevolgen van dien. Oog hebben voor het talent heeft een positieve invloed op de begeleiding van de beperkende stoornis.

Hoogbegaafde dyslectici krijgen op school zelden de ondersteuning en begeleiding die bij hun bijzondere talenten past. Het is geen onwil van docenten, maar onvermogen en een niet up-to-date-beleidskader. Professionele, specialistische hulp is voor het welzijn van deze kinderen van levensbelang. Ondanks de noodzaak geven verzekeringsmaatschappijen vaak ‘niet-thuis’, wordt er nauwelijks tot niets vergoed en is de wetgeving niet ingericht op deze problematiek. Soms zijn het relatief kleine ‘ingrepen’ die het verschil kunnen maken…

Chinees als kernvak spreekt tot de verbeelding
Hoogbegaafde kinderen zijn van huis uit kennisverzamelaars. Als deze jonge mensen daarnaast ook nog eens dyslectisch zijn, worden ze continu tegen gewerkt door hun handicap. Zoeken op Internet is moeilijk, evenals het kunnen volgen van de ondertiteling bij wetenschappelijke programma’s. Dit zorgt voor gevoelens van machteloosheid en frustratie. Meerdere malen per dag gaan ze de confrontatie en strijd aan met hun zwakke kanten. Voortdurend wordt aandacht besteed aan het leren van spellingsregels en het verhogen van het leestempo. Juist daarom is het enorm belangrijk dat deze kinderen de kans krijgen voldoening te halen uit het grote potentieel dat ze bezitten. Om ervoor te zorgen dat het zelfvertrouwen in tact blijft hebben ze positieve taalervaringen nodig.
Misschien is de tijd rijp om de voorgeschreven moderne vreemde talen in het voortgezet onderwijs los te laten en meer keuzevrijheid te bieden.

Vervang een begripstaal door een beeldtaal. Laat deze kinderen Chinees leren, uiteindelijk is dit de meest gesproken taal ter wereld en niet het Engels, Duits of Frans. Een simpele aanpassing als deze speelt in op de behoefte aan individuele vrijheid en aan maatwerk, afgestemd op capaciteiten en talenten.

Robots in wording, reproducerend zonder fouten
De onderwijsbehoefte van de hoogbegaafde leerling met dyslexie, wijkt niet veel af van de samenlevingsvraag. Er bestaat een grote behoefte aan individueel, vraaggericht onderwijs. Hierin wordt echter niet voorzien. Het onderwijsbeleid is erg prestatiegericht en er wordt groepsgewijs, aanbodgericht lesgegeven (Bronneman-Helmers 2015). Het onderwijs van nu bestaat niet uit de gevraagde persoonsgerichte aanpak, maar uit het collectief kennis stampen in een toetsingsfabriek (Rotmans 2015). Willen we dit doorbreken, dan zal er diep ingegrepen moeten worden.

Tot op de dag van vandaag is het niet gelukt een onderwijssysteem te creëren dat stabiel functioneert en waarin iedereen zich prettig voelt. Dit geldt zeer zeker ook voor de hoogbegaafde dyslecticus. In het primair onderwijs zijn voorzichtig de eerste stapjes richting deze ‘andere-vorm-van-leren’ gezet. De ontwikkeling van het kind staat hierbij centraal. Het voortgezet onderwijs loopt hierin echter nog niet in de pas. Naast het afstappen van groepsgericht onderwijs, zal de huidige manier van toetsing en examinering losgelaten moeten worden. Focussen op meetbare prestaties heeft een averechts effect op het tot bloei laten komen van capaciteiten en talenten van leerlingen. Het fixeert de groei en smoort de ontwikkeling in de kiem. Dit kan en mag de bedoeling niet zijn. Het leggen van de nadruk op meetbare prestaties kan leiden tot een verschraling van het onderwijs. Scholen concurreren met elkaar en zijn bezig met het verbeteren van hun marktpositie (Wateren 2013).

Jarenlang worden jongeren op school getraind om op een bepaalde, gewenste manier kennis te reproduceren. Als gediplomeerde, kleurloze en gelijkvormige reproducerende eindproducten verlaten zij het onderwijs. De kanttekening die hierbij geplaatst kan worden is dat slechts 20% van deze ingestampte kennis die nodig is om het examen te kunnen halen, blijft hangen. Voor het daadwerkelijk ontwikkelen van talenten is nauwelijks tot geen ruimte (Soesbergen 2015).

Anyone who has never made a mistake has never tried anything new. – Albert Einstein

Hoe leerzaam is een leeromgeving als er afgerekend wordt op fouten? Kan er zonder falen en fouten maken, ooit worden geëxcelleerd? Is de beste ‘docent’ niet de laatst gemaakte fout?

Hoe excellent is excellent?
Mogelijk biedt ‘de excellente school’ onderwijs dat afgestemd is op de doelgroep van dit artikel, de hoogbegaafde, dyslectische leerling, of toch niet? Excellente scholen zijn scholen die over de volle breedte goede resultaten halen, zowel op de kernvakken als daarbuiten. En laat bij dyslectici nou net de kern van hun probleem zitten in de kernvakken…

De school die een hardwerkende, hoogbegaafde leerling met een zware vorm van dyslexie op een excellente wijze door het onderwijs weet te loodsen zal mogelijk niet het predicaat ‘excellente school’ ontvangen. Een 6 voor een kernvak als Nederlands is immers geen uitmuntend resultaat (Ree 2014). Of de school die insteekt op de cognitieve vermogens en de behoefte van de dyslectische leerling en hem of haar de excellente kans geeft te doubleren, zodat deze pientere leerling bij gelijkgestemden kan blijven en uiteindelijk op het meest passende niveau uit zal stromen, ‘verprutst’ de prestatiecijfers van de school. Laten afstromen naar een lager niveau is erg verleidelijk. Het wekt het beeld dat de leerling onvertraagd richting een diploma gaat. Bij zittenblijven daalt immers het rendement van de school. Deze werkwijze en dit beloningssysteem is niet bevorderlijk voor het welzijn van de leerling. Tevens is het pijnlijk voor de docent met hart op de juiste plaats, die goed inspeelt op de behoefte van de leerling en het beste uit het kind haalt, maar niet ‘de juiste’ invloed heeft op de slagingscijfers.

Een ding mag duidelijk zijn, het huidige onderwijs biedt niet het leerklimaat waarin de hoogbegaafde dyslectische leerling zich als een vis in het water voelt. Integendeel…

If you judge a fish on its ability to climb a tree, it will live its whole life believing that it is stupid. – Albert Einstein

Passend onderwijs vraagt om een maatwerkdiploma
In de lente van 2015 gloorde er heel even licht aan de onderwijshorizon. Paul Rosenmöller, voorzitter van de vo-raad, stelde voor een maatwerkdiploma in te voeren. Zoals hij zei: “Een dergelijke wijze van diplomering doet veel meer recht aan de diversiteit van de leerlingen. Er zijn dyslectische kinderen op de havo die de exacte vakken makkelijk op vwo-niveau kunnen.” (Kuiper, Rik 2015)

Is dit niet waar het allemaal om draait? Hoort het rechtdoen aan leerlingen niet bij het ‘leerrecht’ dat zij hebben? Helaas kwam in november vorig jaar het maatwerkdiploma met één simpele doodssteek om het leven. De Onderwijsraad bracht advies uit (Es, Anna van 2015). Zij vreesde dat het maatwerkdiploma het ‘funderend karakter’ van het eindexamen zou ondermijnen. Een diploma met pakweg vier havo-vakken en drie vwo-vakken zou moeilijk weegbaar zijn. Het is maar net hoe hier tegenaan gekeken wordt. Ondermijnt een havodiploma niet de capaciteiten van een hoogbegaafde dyslecticus, die gelet op zijn of haar cognitieve vaardigheden méér dan vwo-capaciteiten heeft? Hoe zuiver en rechtvaardig is ‘de weging’ van deze dubbel bijzondere leerling?

Daarnaast vreesde de Onderwijsraad ook, dat leerlingen sneller de handdoek in de ring zouden gooien als ze weten dat ze hun diploma ook meekrijgen met de lastige vakken op een niveau lager. Een ‘doem-denk-scenario’ van de hoogste orde. De andere, onderbelichte kant van het verhaal is namelijk dat er ook leerlingen zullen zijn die meer gemotiveerd en met meer zelfvertrouwen volledig zouden gaan voor het maatwerkdiploma! Een pijnlijke verspilling van talent. Juist voor een hoogbegaafde met dyslexie is het belangrijk te kijken naar de verstandelijke vermogens. Lezen en schrijven in het Nederlands, Engels of welke taal dan ook, zal altijd moeilijk zijn en blijven. De kans dat een leerling succesvol is, is het grootst bij cognitief gelijkgestemden.

Het maatwerkdiploma (desnoods alleen uit te reiken indien aan bepaalde strikte voorwaarden wordt voldaan) had een mooie maatregel in de goede richting kunnen zijn. Een stap dichterbij onderwijs dat aansluit bij de vraag van de samenleving. Het wordt tijd dat de dichte ‘box’ waarin de Onderwijsraad schijnt te huizen open gaat zodat er een lichtje gaat branden bij deze ‘raadsleden’. Vraag aan recent afgestudeerde, hoogbegaafde dyslectici om mee te denken over de toekomstige invulling van het onderwijs. Laat deze groep creatieve geesten een plan van aanpak schrijven en aanbevelingen doen. Zij zijn in staat te vernieuwen. Wie anders dan deze jongeren zelf, weten beter hoe de onderwijsbehoefte van hoogbegaafde dyslectici eruit ziet en hoe de verbinding met het bedrijfsleven gemaakt kan worden?

We can’t solve problems by using the same kind of thinking we used when we created them. – Albert Einstein

Het bedrijfsleven is naarstig op zoek naar verbondenheid en naar technici. Veel te weinig techneuten bereiken de bedrijven. Er is een schreeuwend tekort aan bètamensen (Gijzemijter, Martin 2012). Het aantal studenten dat een technische opleiding afrondt, is maar de helft van wat er nodig is (Nu.nl 2012). Zeker met het oog op de (toekomstige) vergrijzing is de situatie dramatisch volgens deskundigen uit het bedrijfsleven. De technische branche voelt het tekort zowel kwantitatief als kwalitatief (Managers online 2015). De overheid zou zich meer moeten richten op techniek en innovatie. Wereldwijd komt de helft van de economische groei immers uit innovatie. Inzoomen op het talent van bètamensen biedt kansen, maar dan moeten deze techneuten wel op de juiste waarde geschat worden.

Zakken met een paar tienen en één drie
In de jaren 70, 80 en 90 was het mogelijk om te slagen met een drie op de eindlijst. Dat is nu wel even anders. Bepaald is dat een eindexamenkandidaat met een aantal tienen voor de bètavakken en een drie voor bijvoorbeeld Engels, volgens de norm moet zakken. Door de kansrijke generatie van ‘toen’ wordt krampachtig vastgehouden aan meetbare prestaties, toetsing en examinering. Gaan we daadwerkelijk liever voor de scholier met een vijfje en een paar zesjes op zijn of haar eindlijst? Is het deze ‘geslaagde’ die tot innoveren komt? Het antwoord is kort en krachtig: nee! Het is de creatieve, ‘out-of-the-box-denkende’ jongere die deze waardevolle eigenschap bezit. Het ‘gezakte’ exemplaar, met een 3 en een paar tienen.

The true sign of intelligence is not knowledge but imagination. – Albert Einstein

Houd rekening met ‘de marktwaarde’ van de leerling en zorg voor een zuivere weging. Wat maakt dat in onderwijsland de ‘zesjescultuur’ binnen de examen-normering op handen gedragen wordt? Waarom twee alfa-kernvakken binnen alle profielen en maar één bètavak? Zit het bedrijfsleven, en indirect onze economie, te wachten op een foutloos schrijvende, a-technische persoonlijkheid of op een technische vernieuwer die af en toe de spellingscontrole inschakelt? Het antwoord op deze simpele vraag mag duidelijk zijn, toch? Dit vraagt om examennormeringen afgestemd op marktwaarde.

Ontheffing kan moet worden verleend!
Een andere maatregel die de potentie heeft de slagingskans voor de dyslectische leerling te vergroten, is de mogelijkheid tot het verlenen van ontheffing voor het volgen van de tweede moderne vreemde taal in de bovenbouw van het vwo (Inrichtingsbesluit WVO, artikel 26 e lid 4 sd).

Overigens, ook niet dyslectici kunnen deze ontheffing krijgen als zij kiezen voor een bètaprofiel, Natuur & Gezondheid of Natuur & Techniek en de kans groot is dat de tweede moderne vreemde taal een gevaar vormt voor een succesvolle afronding… Dit even terzijde.
Het klinkt allemaal mooi, maar het kan nog mooier. Als door een gekwalificeerd gedragswetenschapper de diagnose dyslexie is gesteld en er wordt voldaan aan alle gestelde eisen in het Dyslexieprotocol én aan de voorwaarden zoals gesteld in de wet, vervang dan in de wettekst het woordje ‘kan’ door ‘moet’. Ontheffing kan moet worden verleend wanneer wordt voldaan aan… Pas dan wordt oprecht afgestemd op de specifieke behoefte van het kind en wordt de onderwijsbehoefte centraal gesteld. Geen willekeur. Geen angst voor precedentwerking. Voor iedere leerling met dyslexie dezelfde maatregel, onafhankelijk van school of mening van een examencommissie. Dit is naast het bieden van gelijke kansen, onderwijs dat aansluit op de capaciteiten van het kind.

Strak plan, bètavakken verheffen tot alfa-vak!
Kinderen met dyslexie zullen over het algemeen eerder kiezen voor een bèta- dan een alfarichting. In ons verbaal-linguïstisch onderwijs hebben dyslectici, die meer baat hebben bij visueel-ruimtelijk onderwijs, het zwaar. Dyslectici denken wezenlijk anders. Mensen met dyslexie verwerken informatie in hun hersenen anders dan mensen zonder dyslexie. Deze conceptuele denkers hebben een sterke voorkeur voor denken via de rechterhersenhelft (Pugh 2001). Er is nauwelijks aandacht voor deze ‘andere’ manier van leren. Triest genoeg wijst alles erop dat deze groep nog meer voor de kiezen gaat krijgen. De laatste jaren is er een zeer pijnlijke ontwikkeling gaande.

Bètavakken worden taliger en taliger gemaakt. Examenvragen worden verpakt in lange lappen tekst. De talige context om bijvoorbeeld de scheikundige of natuurkundige kern heen maakt het lastig voor bèta-leerlingen. Waarom? Waarom moet een examen voor een bètavak talig worden opgesteld? Wat moet hiermee bereikt worden? Begrijpend lezen en tekst verklaren horen thuis bij een heel andere tak van sport. Er wordt toch ook niet tijdens het examen Nederlands een moeilijke natuurkundige formule aangereikt met daarbij het verzoek een goed technisch inhoudelijk verhaal te schrijven? Het voelt als meten met twee maten. Als het vergelijken van appels met peren. Alfa’s en bèta’s zijn verschillende ‘menstypen’, andere persoonlijkheden, ook al vallen ze beiden onder de noemer mens! Pas als verschillen worden erkend heeft het passend onderwijs de kans om te zijn wat het moet zijn…

Keuzevrijheid maakt onderwijs toekomstproof
Keuzevrijheid is het kernwoord dat als rode draad loopt door het toekomstproof onderwijs. Onderwijs afgestemd op de vraag van de maatschappij en dus ook op de schoolgaande generatie. De leerling staat centraal, als autonome regisseur van het eigen (schoolse) leven en wordt hierbij – indien nodig – ondersteund door ‘school’. Zelf verantwoordelijk voor persoonlijke en cognitieve ontwikkeling, eigen leerroutes, resultaten en ja, ook voor het eigen toetsingssysteem.

Standaard kennisoverdracht maakt plaats voor intrinsieke kennisverwerving. Kennisverwerving gericht op zowel het cognitieve vlak als het ‘zijnsvlak’. Bouwen aan het zelfvertrouwen en zelfbeeld, leren reflecteren en ontdekken van de eigen identiteit zijn items die vanaf zeer jonge leeftijd op het onderwijsprogramma moeten staan. Kinderen mogen leren door te falen en worden niet meer afgerekend op gemaakte fouten. Toetsen worden niet ingezet als eindafrekening, maar als middel om hiaten op te sporen en daarop acties uit te zetten.

Er wordt geen onderscheid meer gemaakt in leeftijd. Op het moment dat het kind of de jongere klaar is voor een volgende stap, wordt de mogelijkheid geboden om verder te gaan. In eigen tempo en op eigen niveau. Een niveau dat per vak verschillend kan en mag zijn.

De leerling kan kiezen voor de meest passende onderwijsrichting, een creatieve richting op het gebied van muziek of kunst met keuzevrijheid in of de alfavakken of de bètavakken, een verbaal-linguïstische alfarichting met keuzevrijheid in bètavakken, van wiskunde D tot en met tot natuurkunde of een visueel-ruimtelijke bètarichting met keuzevrijheid in de alfavakken, van beeldtaal tot begripstaal.

Het onderwijsklimaat van de toekomst is een klimaat waarin de alfavakken niet meer prevaleren en belangrijker gemaakt worden dan ze daadwerkelijk zijn. Gelet op de vraag van het bedrijfsleven is creatief talent en bèta-talent minstens zo belangrijk. Creëren en innoveren mag en wordt gezien als waardevol en ook als zodanig gewaardeerd, evenals het volgens vaste structuren reproduceren van kennis. Het is maar net waar de leerling zich het prettigst bij voelt en wat de leerling kan. Om het onderwijs nog passender te maken kan binnen de drie leerrichtingen worden gekozen worden voor een top-down of bottom-up variant.

Imagination is more important than knowledge. Knowledge is limited, imagination encircles the world. – Albert Einstein

Naast de toekomstige, vraaggerichte, individuele manier van onderwijs geven hoort ook een individuele van manier van testen en toetsen. Jongeren zijn heel goed in staat om zelf aan te geven hoe ze het best kunnen laten zien wat ze weten en geleerd hebben. Ook hier is keuzevrijheid het kernwoord. Het gaat uiteindelijk om toetsing van inhoud en kennis en dat kan zichtbaar gemaakt worden op veel verschillende manieren, van presentatie tot portfolio, van filmpje tot mondelinge overhoring.

Nog liever vandaag dan morgen sterft het ‘funderend’ karakter van de klassieke eindexamens een stille dood. Het bouwwerk van nu is te zwaar geworden voor de fundering die stamt uit het grijze, reeds achterhaalde verleden.

Het recht op de plicht!
Voor de dubbel bijzondere, hoogbegaafde leerling met dyslexie is, in strijd met wet- en regelgeving, in het huidige onderwijssysteem geen ononderbroken ontwikkelingsproces weggelegd. Willen we het prestatiegerichte groepsonderwijs vervangen door persoonsgericht, toekomstproof onderwijs, dan is plichtsbesef, erkenning van verschillen, verandering van mentaliteit en daadkracht nodig. Toekomstproof onderwijs met al haar keuzevrijheden, haalt het hoogst haalbare uit iedere leerling en maakt dat deze leerling niet meer het hoogst haalbare uit het onderwijs hoeft te halen. De jeugd van nu heeft recht op modern onderwijs passend bij de huidige tijd, aansluitend bij de huidige vraag van de maatschappij, zodat zij hun cognitieve en praktische talenten volledig kunnen ontplooien, zonder onderbreking van hun ontwikkelingsproces. Om dit te kunnen bewerkstelligen hoeft de overheid maar één ding te doen en dat is doen waartoe ze simpelweg verplicht is…

To raise new questions, new possibilities, to regard old problems from a new angle, requiers creative imagination and marks real advance in science. – Albert Einstein

 

 

Bronnen

  • Bronneman-Helmers, Ria „Beweegt ons onderwijsbestel voldoende mee met de behoeften in de samenleving?” 2015
  • Dullaert, Marc (Kinderombudsman) „Werkt passend onderwijs? Stand van zaken een jaar na dato.” 8 september 2015
  • Es, Anna van „Dekker volgt advies: geen maatwerkdiploma.” de Volkskrant, 13 november 2015
  • Gijzemijter, Martin „Tekort aan technici vormt groot gevaar.” www.intermediair.nl. 12 november 2012
  • „Inrichtingsbesluit WVO, artikel 26 e lid 4.” sd.
  • Kieboom, Tessa ‘Jij kan beter´ Als je kind een onderpresteerder is. Witsand Uitgevers, 2016
  • Kieboom, Tessa Hoogbegaafd, als je kind (g)een Einstein is. Lannoo, 2015
  • Kuiper, Rik „Paul Rosenmöller: ‘Diploma op maat beter voor scholier’.” de Volkskrant, 26 maart 2015
  • Managers online „Drie onmisbare techtrends voor 2016.” www.managersonline.nl. 29 december 2015
  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap „Kamerbrief, plan van aanpak toptalenten 2014-2018.” Rijksoverheid 2014
  • Nu.nl „Bezuinig niet op innovaties.” www.nu.nl. 11 maart 2012
  • Pugh, Ken „Neurobiological studies of reading en reading disability.” Journal of Communication Disorders, 2001.
  • Ree, Lianne de „Je kunt ontwikkelingsprocessen in kaart brengen, bewaken, stimuleren, maar niet forceren.” september 2014
  • Rotmans, Jan „Het gaat om veel meer dan het rendementsdenken in het onderwijs.” www.ftm.nl. 11 maart 2015
  • Sariwating, Kaja „Wat is het recht op onderwijs?” www.onderwijsconsument.nl. 22 januari 2015
  • Soesbergen, Floor „Reactie op artikel Bronneman.” www.kwaliteitvanonderwijs.nl. 2015
  • Wateren, Dick van der „Zin en onzin van testen, vergelijken en afrekenen.” In Het alternatief, weg met de afrekencultuur, door René Kneyber en Jelmer Evers. 2013

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *